7: SAN MARTINO DI CASTROZZA - TRENTO 122.7KM 2598HM

Vandaag stond de langste etappe van deze Transalp op het programma. Vanuit het prachtige stadje San Martino Di Castrozza vertrokken de overgebleven renners voor een relatief makkelijke etappe naar Trento. De start voerde eerst door wat smalle straatjes in het oude centrum van het stadje waarna we vervolgens, voor het eerst tijdens deze transalp, met een lange afdaling zouden beginnen. De grootste hindernis in deze etappe zou de Passo Cinque Croci zijn, met een hoogte van 2000m. Na deze klim zou het voor een lange tijd vooral omlaag gaan, en daarna over asfalt licht omhoog naar een slotklimmetje van zo’n 300 hoogtemeters.
Rolf en ik voelden ons beide goed aan het begin van de etappe, en de klim naar de Passo Cinque Croci verliep dan ook goed. In de klim hadden we wat landgenoten gevonden waarmee we afspraken op het vlakke asfaltstuk het werk een beetje te verdelen, om zo samen een hoog tempo te kunnen draaien. Zo gezegd zo gedaan, en na de tweede verzorgingspost kon het stoempwerk op het relatief vlakke asfalt beginnen.
We waren samen met de twee andere Nederlanders, Harry Rasing en Gene Rekko, en met de koplopers bij de dames, het de Duits-Oostenrijkse formatie van Mountain Heroes bestaande uit Katrin Neumann en Martina Miessgang. De dames konden geen kopwerk doen, maar met z’n 4en slaagden we er toch in een hoog tempo te rijden. We waren daardoor al snel niet meer met z’n 6en, maar de groep groeide aan de voorkant aan tot een grootte van zo’n 14 man. Dit bleef ook de uiteindelijke grootte van de groep, want terwijl er aan de voorkant nog wat mensen opgepikt werden, vielen er aan de achter kant ongeveer evenveel af. Ook de dames van Mountain Heroes konden niet volgen. Later hoorde ik dat Katrin Neumann een paaltje over het hoofd had gezien. De benen voelden bij mij inmiddels beter dan ze tot nu toe in de Transalp gevoeld hadden, en nadat ik samen met Gene en Harry al veel te veel kopwerk gedaan had stelde ik aan Rolf voor om samen met onze landgenoten te proberen weg te rijden bij deze groep. Achterin de groep zaten namelijk een aantal Zuid-Europese collega’s die dankbaar gebruik maakten van onze inspanningen, en waarvan we al gezien hadden dat ze goed konden klimmen. Deze mannen hadden nog geen minuut kopwerk gedaan, en we wisten dat de etappe zou afsluiten met een pittig klimmetje. Ik wilde voorkomen dat de mannen ons pas op dat moment zouden bedanken. Rolf voelde zich echter niet zo best meer, dus we besloten niet weg te rijden.
Het onvermijdelijke gebeurde, want op de slotklim kwamen de Zuid-Europese collega’s ineens wel vooraan rijden. Ik reed mee, samen met Harry en Gene, maar zag dat Rolf even niet kon volgen. Daarom even op Rolf gewacht en gezegd dat hij m’n zadelpen moest pakken. Toen samen met Rolf terug naar boven gereden. Het was een heerlijk gevoel om vervolgens met Rolf aan de zadelpen de leden van het eerdere groepje 1 voor 1 voorbij te rijden, en als een van de eerste teams de top van de klim te bereiken. Na de klim volgde een lange afdaling richting Trento. De organisatie had de finish verplaatst tot net buiten het centrum van Trento, om te voorkomen dat de renners als kamikazepiloten het drukke centrum in zouden vliegen. Dat was een wijs besluit, want de snelheden op de laatste afdaling liepen richting de 80km/h. Door de aanwezigheid van auto’s die langzamer reden was dit best gevaarlijk. Moe maar voldaan kwamen we over de finish van deze lange etappe. Na 7 dagen pasta besloten we samen een lekkere pizza te gaan eten in het mooie Trento, om vervolgens alsnog bij de pastaparty aan te schuiven. Ook de Compex werd weer ingezet om het herstel te bespoedigen, zodat we morgen nog 1 keer zouden kunnen vlammen.