
De laatste bergrace van het seizoen stond op het programma, Lunteren. Zelf had ik hier nog nooit gereden, maar anderen spraken altijd lovend over het mooie, technische en zware parcours.
Goed voorbereid was ik niet, maar dat mocht de pret niet drukken. Bijna volledig stond het team aan de start bij de bergrace, 3 op de 150 minuten en zelfs met 6 op de 75 minuten. Helaas had ik wel een dramatisch slecht startnummer, 140+. Kijkend naar het parcours kaartje dacht ik: komt wel goed, een inrijlus die bovenlangs gaat, dan steek ik wel een paar er voorbij.
Niet dus! Grote plassen en nerveuse mederijders gooide roet in het eten, ik kwam er maar niet langs en op de singletrack werd het tempo bepaald door de rijder voor je.
Juro zag ik wel, maar dichtbij komen duurde een volledige ronde, maar op heel weinig plaatsen kan je mensen inhalen. Dat is de prijs die je betaalt voor zo'n mooi technisch parcours. Bij de 150 minuten race is er al sneller wat ruimte tussen de rijders, maar op de 75 minuten met het grote startveld en ook slechts 3 ronden rijden is het druk.
De tweede ronde haas ik Juro een beetje, maar door al dat gejakker naar voren heb ik mezelf niet genoeg tijd gegeven om te drinken, voor het ingaan van de laatse ronde betaal ik hier al de prijs voor: krampverschijnselen komen opzetten. Juro schiet net voor 3 man de singletrack in en ik moet met lede ogen zien hoe in een stukje van een paar 100 meter singletrack hij meters uitloopt, gefrustreerd hobbel ik maar achter de bangerik aan, pas aan het eind kan ik er voorbij en Juro is al uit het vizier.
Het laatste rondje wordt een gevecht tegen de kramp en helaas schiet bij de allerlaatste klim waar ik eraf moet de kramp vol in m'n rechter kuit, zo erg zelfs dat ik er niet eens mee omhoog kan lopen. Na een minuutje of zo lukt het me om de spier terug te laten schieten en kan ik me voet weer in de normale stand krijgen, even omhoog lopen en dan pijn lijden in de afdaling naar de finish. Had ik maar niet zo stom moeten zijn om veel te weinig te drinken! Lesson learned.